Volkswagen Transporter

Het was na Kever de tweede soort wagen die van de productieband van Volkswagen rolde: de Transporter. Zeg ‘Volkswagenbusje’ en iedereen ziet hem voor zich. Voor liefhebbers van oude busjes zal voornamelijk bij de T1 het hart sneller gaan kloppen.

Bulli was een hippiebus

In de jaren 60 en 70 was dit model populair bij hippies. De reden daarvoor is dat je er veel spullen en personen in kwijt kunt. In 1950 werd de eerste Microbus / Transporter gemaakt. Dit type zou tot 1967 in productie blijven, zij het met aanpassingen door de jaren heen.

Het eerste model had een metalen spijltje in het midden van de voorruit en kreeg daardoor ook wel de bijnaam spijlbus (in Duitsland liefkozend Bulli). Een vernieuwd model kwam in 1955. Volkswagen had het carrosserie drastisch veranderd. Er waren roosters voor frisse lucht en de motorklep en –ruimte werden lager uitgevoerd. Hierdoor was ineens ruimte voor een achterklep. Daar waren veel werklieden blij mee, want spullen konden langs deze klap geladen worden.

Een busje dat doorlopend werd geüpdatet

Van de eerste generatie Transporter kwamen verschillende versies. De eerste werd aangeduid met T1a. De T1b was een wagen met langere daklijn boven de voorruit en een kleinere motorruimte. De T1c kwam uit in 1963. De grootste vernieuwding was een laadvermogen van duizend kilogram. De laadklep en achterraam werden iets breder en er kwam een schuifdeur in.

In Europa werd de productie van het T1 model stopgezet in 1967. Er waren 1,8 miljoen exemplaren gemaakt in de Duitse fabriek en de productie ging nog acht jaar door in Brazilië.

VW Transporter